Gedragscodes

Voor pupillen:

  1. Wij doen niet aan slaan, schoppen, duwen, aanraken of andere dingen, die een andere atleet niet leuk vindt.
  2. Wij zijn respectvol naar elkaar en discrimineren niet. Bij ons is geen plaats voor racisme. 
  3. Wij gaan netjes om met onze eigen spullen, die van een ander en die van AV Weert. We nemen alleen onze eigen spullen mee naar huis. 
  4. Als de trainer spreekt zijn wij stil.
  5. Wij helpen elkaar als iets niet lukt en vragen om hulp als we die nodig hebben.
  6. Iedereen doet mee en we spelen met iedereen. Buiten sluiten of klieren mag niet. 
  7. Als een andere atleet iets goed doet, gunnen we het die atleet.  
  8. We zijn vriendelijk, geduldig en aardig naar elkaar. Pesten of uitlachen doen wij niet. 
  9. We doen wat de trainer zegt (we volgen de instructie). We houden ons aan veiligheidsregels. 
  10. We zijn open. Als er iets gebeurt wat we niet fijn vinden, zeggen we dat tegen de trainer. 
  11. We maken of hebben geen foto’s of filmpjes bij ons van een andere atleet, als die dat niet wil. 

Voor junioren en senioren, inclusief sporters en framerunners (samengevat als atleten):

  1. Atleten zijn respectvol naar elkaar, naar tegenstanders en naar de trainer in houding, gedrag en communicatie. Zij maken geen gemene grappen of vervelende opmerkingen naar/ over een ander. Zij stellen geen ongepaste vragen of maken ongepaste opmerkingen over iemands persoonlijk leven of uiterlijk. Schelden, kleineren, pesten, uitlachen, klieren, roddelen, of intimideren passen niet binnen AV Weert. Seksueel getinte aandacht hoort daar ook bij. 
  2. Bij AV Weert is geen plaats voor seksisme, racisme, antisemitisme, onderscheid op basis van politieke gezindheid, godsdienst, levensovertuiging, ras, seksuele gerichtheid, culturele achtergrond, leeftijd of andere kenmerken. 
  3. Atleten blijven van anderen af. Buiten de normale sportbeoefening raken atleten elkaar niet tegen diens wil aan. Noch komen atleten ongewenst dichtbij een ander of gebruiken zij geweld.
  4. Als de trainer spreekt, is de atleet stil. 
  5. Atleten volgen de instructie van de trainer op. Ze houden zich aan veiligheidsregels. 
  6. Atleten zijn eerlijk en sportief. Zij spelen niet vals, gebruiken geen geweld en geen doping. Atleten zijn niet onder de invloed van alcohol of drugs op het moment dat zij deelnemen aan trainingen of wedstrijden. 
  7. Atleten zijn open. Als hen iets wordt gevraagd of er gebeurt iets wat tegen hun gevoel indruist of tegen hun normen en waarden, maken zij dit bespreekbaar bij degene die het hen vraagt of het vervelende gedrag vertoont, de trainer, de vertrouwenspersoon of het bestuur. 
  8. Atleten gaan zorgvuldig om met hun eigendommen, die van anderen en die van AV Weert. Zij nemen slechts hun eigen spullen mee naar huis. 
  9. Atleten spreken elkaar aan als zij zien dat een ander zich niet aan deze gedragscode houdt. Atleten kunnen hierbij ook opkomen voor een ander of het voor een ander bespreekbaar maken. 
  10. Atleten komen op tijd en houden zich aan (baan)regels. 
  11. Atleten maken geen beeldmateriaal of hebben beeldmateriaal onder zich van een andere atleet zonder diens toestemming. 
  12. Als atleten gebruik maken van kleedruimtes en toiletten, gebruiken zij die op de juiste wijze en laten die netjes achter. 
  13. Voor framerunners: atleten gaan rustig om met de framerunfietsen en zetten deze waar mogelijk terug in de container. Bij mankementen aan de framerunfiets meldt de atleet dit aan de trainer.

Voor trainers, coaches en begeleiders (samengevat als trainers):

  1. Trainers zijn het goede voorbeeld. Zij zorgen voor een veilige omgeving. Zij houden zich aan veiligheidsnormen en regels. Zij maken geen oneigenlijk onderscheid op basis van ras, religie, geslacht, levensovertuiging, seksuele gerichtheid, culturele achtergrond, etniciteit, leeftijd of andere – voor de sport niet relevante – kenmerken. 
  2. Trainers stellen zichzelf op de hoogte van de geldende regels, richtlijnen en passen ze toe. Bij meerdere sportgroepen op de atletiekbaan stemmen trainers met elkaar af en instrueren zij hun atleten overeenkomstig de afspraken. 
  3. Trainers maken atleten bewust van de waarde van materialen en het juiste gebruik ervan.
  4. Trainers hebben geen seksuele, ongepaste of romantische contacten met de minderjarige atleten aan wie zij training geven. Dit wordt beschouwd als misbruik en hiervan wordt aangifte gedaan. 
  5. Trainers zijn hoffelijk, respectvol en behulpzaam jegens atleten. Zij coachen op een positieve en ondersteunende manier. Zij tasten niemand in diens waarde aan. Zij onthouden zich van gedragingen of uitlatingen die de sport of AV Weert in diskrediet brengen.
  6. Trainers nemen geen gunsten, geschenken, diensten of vergoedingen aan om iets te doen of na te laten wat in strijd is met de integriteit van de sport. 
  7. Trainers zien toe op de naleving van normen en waarden, reglementen, gedragscodes, regels en huisregels. 
  8. Trainers praten met elkaar en niet over elkaar. Zij zijn open en maken het bespreekbaar als er zaken gebeuren waar zij last van hebben. Dit gebeurt in eerste instantie met de persoon die de last veroorzaakt. Als dit niet helpt, kan het bestuur of een vertrouwenspersoon worden geraadpleegd. 
  9. Trainers stellen nooit informatie beschikbaar, die nog niet openbaar is en die gebruikt kan worden voor weddenschappen. 
  10. Trainers roken niet, gebruiken geen drugs en drinken geen alcohol noch zijn zij onder invloed van drugs of alcohol tijdens trainingen of wedstrijden. 
  11. Trainers dringen niet verder in het privéleven van atleten binnen of vragen daarnaar dan nodig is voor de beoefening van de sport. 
  12. Trainers geven aan alle atleten in hun trainingsgroep in gelijke mate training. Zij negeren geen atleten en passen hun training – waar redelijkerwijs mogelijk – aan op het niveau van de atleet. 

Bezoekers en ouders

Bezoekers dienen zich te gedragen in lijn met dezelfde regels als die voor atleten gelden. In het bijzonder moedigen bezoekers en ouders alle atleten aan. Zij steunen trainers en bekritiseren hen niet openlijk. In een één op één gesprek mag altijd – op een positieve en ondersteunende manier – feedback gegeven worden aan een trainer. De trainer is de coach: bezoekers/ ouders zijn geen coach of jury, tenzij daartoe uitgenodigd. Ouders (en atleten) accepteren de sportieve beslissing van de trainer. 

Maatregelen

Indien deze regels niet worden nageleefd behoudt het bestuur van AV Weert zich het recht voor om maatregelen te nemen. Deze maatregelen kunnen onder andere bestaan uit het doen van aangifte, het nemen van passende maatregelen of het schorsen/ opzeggen van het lidmaatschap. In het geval bezoekers zich niet houden aan bovenstaande gedragscode zullen zij van het terrein van AV Weert verwijderd worden. 

In gevallen waarin deze regels niet voorzien beslist het bestuur.

Q&A

1. Waarom hebben we een gedragscode?
Een gedragscode heeft tot doel bij te dragen aan een veilige en professionele omgeving door normen en waarden in regels vast te leggen. Op die manier weet iedereen waar die aan toe is. AV Weert had nog geen gedragscode.

2. Op welke manier gaan we hier iets van merken op de training?
Als het goed is, zijn dit normen en waarden die we met elkaar gemeen hebben. We hebben het vooral expliciet gemaakt. In zijn algemeenheid verwachten we dat trainers en atleten zich nu ook al gedragen volgens deze code. Dus de trainingen gaan door op dezelfde manier. Zowel de trainer als de atleet (en ouders) weten wat er van hen verwacht wordt. 

3. Gaan trainers politie-agent spelen op de training?
Trainers zijn vrijwilligers die vanuit de goedheid van hun hart een deel van hun vrije tijd opofferen om aan anderen training te geven. Hun ambitie is niet om politie-agent te worden. Echter op het moment dat zich onveilige situaties voordoen, verwachten we dat de trainer ingrijpt. Dat kan voelen als “politie- agent spelen”.

4. Het niet maken van beeldmateriaal van een andere atleet is soms lastig. Hoe doe ik dat?
Op het moment dat atleten samen sporten kan het voorkomen dat atleten samen in beeld komen. Zorg dat je eigen kind/ partner/ vriend(in) centraal staat. Bij twijfel vraag het even aan de atleet of diens ouders. Voorkom dat beeltenissen van een andere atleet een eigen leven gaan leiden. 

5. Waarom mag de trainer niet vragen naar het privéleven van een atleet?
Dat mag wel. Trainers mogen gerust alledaagse vragen stellen. Trainers mogen ook aan ouders of aan de atleet zelf (afhankelijk van de leeftijd) vragen naar zaken die van invloed zijn op de sportbeoefening. Dat is zelfs nodig. Trainers moeten het weten als er bij atleten zaken spelen, waardoor zij gehinderd worden in de sportbeoefening. Voor het overige heeft de atleet recht op privacy. De trainer vraagt niet meer dan nodig is. Het gaat om een veilig sportklimaat voor iedereen.